PROSA: meer comfort en vertrouwen tijdens medische procedures
Zorg op maat van de patiënt: Het O.L.V. van Lourdes Ziekenhuis in Waregem pakt uit met een ziekenhuisbreed PROSA-beleid
voor angst- en stressvrije procedures. Maar wat betekent dat in de praktijk voor u als patiënt?
Wist je dat maar liefst 2 op 3 kinderen angst ervaart bij medische handelingen? En dat een derde van de volwassenen kampt met prikangst? Procedureel leed wordt vaak onderschat — maar het went niet. Integendeel, het wordt steeds erger.
Elke patiënt die een medische procedure ondergaat, verdient meer dan een correcte ingreep. De patiënt verdient rust, vertrouwen en zo weinig mogelijk angst en pijn. Dat klinkt vanzelfsprekend — maar in de dagelijkse ziekenhuispraktijk is het een uitdaging die bewuste inspanning, goede voorbereiding en de juiste kennis vraagt.
Ons ziekenhuis werkt hier al meer dan vijf jaar intensief aan. Vanuit een sterke overtuiging dat trauma-vrij medisch handelen minstens even belangrijk is als de medische handeling zelf, bouwde de afdeling pediatrie, onder leiding van Dr. Heidi Devos, geleidelijk een aanpak op die zich baseert op het PROSA-gedachtengoed — een begrip en handelsmerk van Prof. Dr. Piet Leroy*.
Het ziekenhuis neemt een belangrijke stap vooruit met een ziekenhuisbreed PROSA-project. We zijn trots op die mijlpaal, maar benadrukken tegelijk dat het hier gaat om een groeitraject. We leren, evalueren en verbeteren continu — en we doen dat in openheid, ook naar u als patiënt toe.
PROSA staat voor Procedurele Sedatie en Analgesie. De naam verwijst naar alle farmacologische en niet-farmacologische strategieën die worden ingezet om een kind zo comfortabel mogelijk door een medische procedure te loodsen. Maar PROSA is in de eerste plaats een filosofie: een verhaal van respect, verbinding en vertrouwen — tussen patiënt en zorgverlener.
Procedureel leed — de combinatie van pijn, angst en verzet tijdens medische handelingen — is geen onvermijdelijk bijproduct van goede zorg. Integendeel: onderzoek toont aan dat het in de loop van de tijd erger wordt in plaats van te wennen. Het ondermijnt het vertrouwen van de patiënt en familie in de zorg, en kan leiden tot langdurige traumatische herinneringen. Bewustwording hierover is een eerste stap. Actief iets aan doen, de tweede.
PROSA erkent tegelijk de complexiteit van dit alles. Hoe de patiënt een procedure ervaart, is nooit volledig voorspelbaar. Dezelfde handeling kan bij de ene patiënt rustig verlopen en bij een ander tot hevig verzet leiden. Factoren als de aard van de procedure, eerdere ervaringen, de persoonlijkheid, hoe er gecommuniceerd wordt en zelfs de sfeer in de ruimte spelen allemaal een rol. Precies daarom bestaat er geen kant-en-klaar recept — wel een systematisch kader: het 7P-model.
In 2020 richtte Prof. Dr. Piet Leroy het PROSA-kenniscentrum op. Samen met zijn team ontwikkelde hij het 7P-model: een raamwerk van zeven strategieën die samen procedurele comfortzorg mogelijk maken. De kracht van het model zit in de wisselwerking: geen enkele P staat op zichzelf. Pijnstilling alleen is geen garantie voor een rustige procedure. Goede psychologische begeleiding zonder adequate pijntherapie schiet ook tekort. Alle zeven bouwstenen moeten in samenhang worden ingezet.
Hieronder lichten we elke P toe — en laten we zien hoe het in de praktijk wordt toegepast.
Procedure personaliseren
Wat betekent deze procedure voor deze patiënt en wat betekent deze patiënt voor deze procedure? Heeft de patiënt al eerdere negatieve ervaringen? Is dit de eerste stap in een reeks van procedures? Gaat het om een pijnlijke procedure of is het belangrijk dat de patiënt langdurig stil ligt? Het PROSA-team denkt proactief mee hierbij.
Preventie
De beste manier om procedureel leed aan te pakken is het te voorkomen. Is deze procedure (nu) echt nodig? Kan ze gecombineerd worden met een eventueel andere noodzakelijke procedure?
Wanneer een kind wordt opgenomen, brengt het PROSA-team de geplande procedures in kaart en stelt de vraag: welke ingrepen zijn echt noodzakelijk, en wanneer? Een bloedafname die 's ochtends vroeg werd gepland puur omwille van de routine, wordt uitgesteld als het kind net in slaap is gevallen na een onrustige nacht. Meerdere kleine ingrepen worden waar mogelijk gebundeld in één moment, zodat het kind niet herhaaldelijk wordt blootgesteld aan stress. Ook wordt vooruitgekeken: als er morgen een infuus nodig is, wordt vandaag geen bijkomende bloedafname gedaan. Preventie betekent hier niet alleen vermijden, maar ook slim plannen.
Pijnmanagement
Procedurele pijn — de pijn van prikken en kleine ingrepen — kan in veel gevallen grotendeels worden weggenomen. Maar dan moeten de juiste middelen ook daadwerkelijk en tijdig worden ingezet. Paracetamol en ibuprofen spelen wel een belangrijke rol voor en na de procedure maar zij bieden geen procedurele pijnstilling. Topicale pijnstilling (plaatselijk) is de aangewezen weg.
Bij naaldprocedures gebruiken we Emla of Rapydan als plaatselijke verdoving, of LAT-gel bij wondhechtingen. De allerkleinsten krijgen ook babycalmine of borstvoeding. Bij fractuurreductie of grotere wondverzorging kan intranasaal fentanyl worden toegediend — via de neus, zonder extra prik. In combinatie met de andere 7P-strategiën is dit de basis.
Procedurele sedatie
Soms is comfort via pijntherapie en psychologische begeleiding alleen niet voldoende. Dan kan een vorm van procedurele sedatie worden ingezet: een licht kalmerend of verdovend middel dat de patiënt helpt ontspannen of even in slaap doet vallen. Het grote verschil met een narcose is dat de natuurlijke reflexen bewaard blijven, de procedure veiliger verloopt en het kind sneller recupereert. In sommige gevallen is anesthesie echter aangewezen. De dienst anesthesie is dan ook nauw betrokken bij ons PROSA-beleid.
Bij jonge kinderen die een NMR-scan moeten ondergaan, gebruiken we dexmedetomidine intranasaal — een neusspray die een slaap induceert die sterk lijkt op de natuurlijke slaap. Het kind hoeft niet nuchter te zijn. De ouder blijft aanwezig tijdens de hele procedure. Enkele uren later kan het kind naar huis. Dit is een concreet voorbeeld van hoe procedurele sedatie een narcose overbodig maakt.
Psychologie en cognitie
De manier waarop een zorgverlener communiceert, heeft een directe invloed op hoeveel pijn en angst een kind ervaart. Klassieke medische taal zit vol onbedoelde negatieve suggesties — zogenaamde 'nocebo's' — die de focus van het kind onbewust op het bedreigende richten. 'Het gaat geen pijn doen' is zo'n voorbeeld: het woord 'pijn' activeert precies het gevoel dat men wil vermijden. Positieve suggesties en gerichte afleiding werken aantoonbaar beter.
Onze zorgverleners leren bewust taalgebruik: ‘Ik geef je dit medicijn zodat je je beter voelt’ in plaats van 'ik geef dit medicijn omdat je pijn hebt’. Ze wekken daarnaast ook nieuwsgierigheid op, geven het kind een actieve rol en gebruiken geleide verbeelding om de aandacht van de procedure af te leiden.
Proces en omgeving
De fysieke omgeving en de organisatie van de procedure hebben een grote invloed op het comfort van de patiënt. Een drukke, rommelige ruimte met zichtbaar medisch materiaal verhoogt de angst. Een rustige omgeving met zachte kleuren, sfeerverlichting en de mogelijkheid tot afleiding doet het omgekeerde. Ook het proces zelf — wie doet wat, wanneer en in welke volgorde — moet goed op voorhand worden afgestemd.
Op de spoedafdeling werd een speciale PROSA-kamer ingericht met drie zones: een voorbereidingszone, een comfortzone voor kind en ouder, en een afgescheiden medische ruimte waar het materiaal klaarstaat buiten het zicht van het kind. De zorgverlener betreedt de comfortzone pas wanneer het kind voldoende rustig is. De kamer combineert zachte kleuren en verduisterende rolluiken met sfeerverlichting, een verstelbare zetel voor kind en ouder en de mogelijkheid om lachgas, een VR-bril of het groot projectiescherm in te zetten. De ouder wordt hierbij actief betrokken en blijft steeds de vertrouwenspersoon van het kind.
Postprocedurele zorg
De zorg stopt niet op het moment dat de ingreep klaar is. Hoe een patiënt of kind en ouder de procedure achteraf verwerken, bepaalt mee hoe de volgende medische ervaring zal verlopen. Een positieve afronding — erkenning, een moment van rust, een kleine beloning — versterkt het vertrouwen. Een negatieve afsluiting kan de opgebouwde vertrouwensband schaden.
Na elke procedure is er aandacht voor hoe de patiënt de ervaring heeft beleefd. Was er toch meer angst of pijn dan verwacht, dan wordt dat bespreekbaar gemaakt — zonder schuldgevoel, maar als leermoment voor de volgende keer. Het PROSA-team evalueert procedures intern en past de aanpak aan waar nodig. Die feedback loop is essentieel voor groei. Uiteraard wordt de patiënt (en ouder) hierbij betrokken.
Binnen het O.L.V. Van Lourdes Ziekenhuis is Dr. Heidi Devos de drijvende kracht achter het PROSA-project. Dr. Devos combineert medische expertise met een sterk engagement voor kindvriendelijke zorg. Samen met Hendrik Van Steenkiste, de hoofdverpleegkundige van de pediatrie, werkt ze al meer dan vijf jaar intensief aan een pijnbeleid op kindermaat en een aangepaste comfortzorg bij procedures op de afdeling pediatrie.
Dr. Devos is ook lid van de PROSA Faculty Vlaanderen.
"Elk kind verdient maximaal comfort tijdens elke procedure. Dwang is onaanvaardbaar en ondermijnt de fundamentele rechten van het kind. We luisteren naar kind én ouder, en maken samen een plan dat werkt.”
— Dr. Heidi Devos, kinderarts Ziekenhuis Waregem.
In 2024 volgden acht zorgverleners van het ziekenhuis een intensieve 3-daagse opleiding in Amsterdam om officieel als lid van het PROSA-team erkend te worden. Het team is bewust multidisciplinair samengesteld, met vertegenwoordiging van pediatrie, spoed, anesthesie en pijnzorg.
Dit team komt regelmatig samen om ervaringen te evalueren en de aanpak bij te sturen. Een tweede team van zeven personen is momenteel in opleiding.
Om het PROSA-gedachtengoed breed te verankeren, organiseerde het team tien opleidingssessies voor alle medewerkers. Het doel is niet alleen kennisoverdracht, maar ook cultuurverandering: procedureel leed bespreekbaar maken en zorgverleners concrete handvatten geven.
Het is een filosofie die ziekenhuisbreed wordt ondersteund en uitgedragen. Daarom wordt het PROSA-gedachtengoed in de praktijk niet enkel voor kinderen en jongeren ingezet, maar wordt dit ook uitgebreid naar de volwassen patiënt toe. Elke patiënt heeft immers recht op traumavrij handelen met respect, verbinding en vertrouwen als basis. Dit wordt verkregen door een samenspel van farmacologische en niet-farmacologische strategieën.
Het PROSA-team kan door alle afdelingen worden ingeschakeld voor advies en ondersteuning.

Een NMR-scan is voor jonge kinderen een bijzondere uitdaging: twintig minuten stilliggen in een luide, nauwe machine is geen sinecure. Tot voor kort werd daarvoor vrijwel altijd volledige narcose ingezet. In het OLV Van Lourdesziekenhuis doen we dat niet — en de resultaten geven ons gelijk.
Dankzij het PROSA-kader werken we met drie protocollen, afhankelijk van de leeftijd:
We stemmen het tijdstip van de NMR af op het moment waarop de baby diep slaapt. Op het moment zelf krijgt de baby een koptelefoon op en wordt in een rustig 'nestje' gelegd. Eenmaal in diepe slaap gaat de baby naar de NMR — met een ouder die de hele tijd aanwezig blijft.
"Ondanks dat hij zo klein was heeft hij toch zonder verdoving onder de MRI kunnen gaan. Dit was een pak van ons hart. Hartelijk dank aan de dokters en het ganse team voor de goede samenwerking." — Mama van Mattiz

Voor peuters en kleuters is stilliggen een echte opgave. We dienen dexmedetomidine toe via een neusspray — geen prik, geen narcose. Het middel induceert een slaap die sterk lijkt op de natuurlijke slaap. De reflexen blijven bewaard, beademing is niet nodig en het kind hoeft niet nuchter te zijn. Na enkele uren is het product uitgewerkt en kan het kind naar huis.
"We zijn blij dat we konden deel uitmaken van een mooi project waarbij het grootste voordeel was dat Elias niet nogmaals volledig moest verdoofd worden." — Mama van Elias
Oudere kinderen nemen we mee op avontuur. Op de afdeling pediatrie wordt een verduisterde kamer omgetoverd tot een onderwaterwereld: visjes zwemmen over muren en plafond, Nemo is zijn vriendjes kwijt en het kind krijgt de missie om hem terug te brengen — met de duikboot van opa. Eerst oefenen met een speeltunnel als simulatieduikboot, dan de echte NMR in. Met koptelefoon, muziek en knuffelvisje in de hand doorstaan ze de twintig minuten zonder moeite. Nadien: een welverdiend diploma.
"Matteo vond het een super leuke en spannende ervaring om op reis te mogen gaan naar de speciale onderwaterwereld." — Mama van Matteo
We zijn trots op wat we hebben opgebouwd — maar we willen ook eerlijk zijn. PROSA is geen wondermiddel. Niet elke procedure verloopt altijd vlekkeloos, en niet elk kind beleeft de ervaring op dezelfde manier. Wat we wél kunnen beloven, is dat we bewust en kritisch bezig zijn. Dat we luisteren — naar uw kind, naar u als ouder, en naar onze eigen ervaringen. En dat we blijven leren.
Had uw kind of had u zelf een moeilijke ervaring tijdens een procedure? Spreek ons gerust aan. Open communicatie is belangrijk — dit is precies wat PROSA vraagt.
🔹 Een volledig ingerichte PROSA-kamer op de spoedafdeling
🔹 Een multidisciplinair team opgeleid in Amsterdam, met vertegenwoordiging van pediatrie, spoed, anesthesie en pijnzorg
🔹 Tien sensibilisatiesessies voor alle medewerkers, van verpleegkundigen tot onthaal en directie
🔹 Een aanpak die zowel kinderen als volwassen patiënten ten goede komt
Prof. Dr. Piet Leroy is kinderarts-intensivist op de PICU in het Maastricht UMC+ en medisch directeur van het Kindersedatie team.
Daarnaast is hij medisch onderwijskundige en hoogleraar traumavrije zorg aan de School of Health Professions Education van de Universiteit Maastricht, waar hij nauw betrokken is bij het onderwijs aan studenten geneeskunde, huisartsen en kinderartsen in opleiding.
Prof. Dr. Leroy is mede-oprichter van het PROSA-kenniscentrum en directeur van het tweejaarlijkse PROSA-congres.
Het PROSA gedachtengoed en logo zijn intellectueel beschermd (www.PROSAnetwork.com)